in

Kijk niet om

De wind giert over het metrostation terwijl hoog daarboven de wolkendekens in een onophoudelijk golvend en kolkend patroon voorbijtrekken. De hogere lagen vliegen in noordwestelijke richting, terwijl de lagere delen naar het oosten bewegen. Met de huilende wind varieert de regen in hevigheid. Af en toe gluurt de zon door een gat in de wolken.
Een half uur geleden was de lucht nog zacht azuurblauw, maar plotseling kwamen er kolossale kolkende cumuluswolken aanzetten, gezwollen en scherp wit aan de randen, en daaruit bulderde opeens de regen omlaag.

Ik zie het vanuit de metro gebeuren. En baal, want ik moet nog naar huis lopen. Eigenlijk was ik van plan om een stukje om te lopen. Even een frisse neus halen, maar met dit weer zal dat veranderen in een natte neus. De metro rijdt het station in. Ik sta op en loop naar de deuren. Het glas is bespikkeld met duizenden regendruppels die met elkaar versmelten en veranderen in snelstromende riviertjes die schijnbaar onnavolgbare richtingen zoeken. Naast me komt een vrouw staan. Ze kijkt door het raam en zucht diep.

‘Troosteloos weer,’ zeg ik en dat is raar, want ik begin zelden als eerste een gesprek. ‘Maar na regen komt zonneschijn,’ ontglippen ook de volgende woorden aan mijn mond.
‘Volgens de buienradar volgen de buien elkaar op, dus uw uitspraak slaat deze keer nergens op,’ bijt ze me toe.
‘Nou, u bent ook niet echt het zonnetje in huis,’ bijt ik terug.
‘Houdt je bek, sukkel,’ heeft zij het laatste woord.

Intussen staat de metro stil en gaan de schuifdeuren open. De vrouw springt naar buiten en rent weg. De regen gutst nog steeds naar beneden. Ik verlaat de metro, check uit en voel me klote. Ik wilde dat ik mijn opmerkingen uit de lucht kon plukken en weer terug in mijn mond kon proppen. Gewoon de lippen op elkaar en zwijgen. Ik doe een stap richting de spoorwegovergang, maar blijkbaar ga ik niet snel genoeg, want ik incasseer een paar beuken. Niemand kan tegenwoordig nog wachten. Iedereen heeft haast. Of ligt het aan het weer? Of aan mijn langzame tred?
Als een hond schud ik me uit. Dit gaat gepaard met rondzwiepende druppels die van mijn jas afspatten. Ik haal de cap van mijn hoofd om snel het overtollige water van de fleecestof af te schudden. Op het moment dat ik dat doe, brandt de zon een gat in het wolkendek en besproeit de aarde met haar krachtige stralen. De vrouw had blijkbaar ongelijk dat de rest van de dag gevuld zou worden met buien. Voor nu is het een paar minuten droog en ik zet er direct de pas in. Geen stukje omlopen, maar de rechtstreekse weg naar huis. Ik loop over het tegenoverliggende perron richting de fietsenstalling. Daar steek ik de weg over en beland op het voetpad.

Ik heb altijd de neiging om voor me op de grond te kijken. Sommige mensen verwarren dit met verlegenheid, maar voor mij is het de zekerheid dat ik niet over een losliggende stoeptegel struikel. Het verbaast me wel hoe slecht de straten worden onderhouden. De trottoirs zitten vol barsten, de stoepranden brokkelen af. Er groeit onkruid tussen de tegels en overal ligt afval. Een groot contrast met het pas aangelegde gebied rondom het metrostation. Heel even kijk ik naar de lucht. Het blauwe gat wordt al snel kleiner en de donkere wolken rukken op. Ik verhoog de snelheid van mijn voetstappen en bereken dat ik over een minuut of zeven thuis kan zijn.

Terwijl ik verder loop, dringen de gedachten bij mij naar binnen. Het is onmogelijk om niet te denken. Er is altijd wel een sliert aan gedachten die je bezighoudt. Als je een gedachte wegdrukt, floept de volgende hersenspinsel tevoorschijn. Er is geen houden aan. Ik zoek afleiding en kijk wat om me heen. Verderop zie ik een bootcampklasje oefeningen doen op een nat grasveld. Mijn ogen scannen de sportievelingen, maar draaien al weer snel terug naar het trottoir. Mijn oren registreren het geluid van een passerende metro. Ik hou mijn blik op de stoep gericht. Het geluid ebt achter mij weg. Heel even voel ik de neiging om achterom te kijken, maar achterom kijken heeft nog nooit een wezenlijke bijdrage geleverd. Nu niet en in het verleden niet. Dat heeft het afgelopen jaar mij wel geleerd.

Het water in een rivier kijkt ook niet om.

Geef een reactie

Geschreven door Arno

Arno

Arno’s Verhalenblog: Korte verhalen met gebeurtenissen van alledag. Doordrenkt met humor, zelfspot en verbazing.

Wim kan

Wim Kan, oudejaarsavond 1979

Blog